15e, Sint-Martens-Voeren

 15e Traxiotenrit in Belgisch Limburg (Voerstreek). 24 april 2010.

Deze keer viel de Belgische Voerstreek de eer te beurt. Precies op de grens tussen Noorbeek (NL) en Martensvoeren (B) kwam het clubje bij elkaar. Het vertrekpunt, “het Bakhuis”, was bij enkele leden al bekend van de eerste rit en bij anderen vanwege, tussentijdse, wandelingen.

pag_02_20_01Na een uitbundige begroeting met koffie en gebak vertrok de stoet voor de wandeling. Na enkele honderd meters al fantastische vergezichten, vanaf plekken die met andere rolstoelen vaak onbereikbaar zijn. Dan door een sterk hellend bospad naar beneden, naar Krimdael. Daar de weg overgestoken met gelijk daarna wéér zo’n mooi pad. Ná regen kan het er erg modderig zijn maar dat maakt niet uit voor een Trax. De begeleiders hoor je dan net zo hard mopperen als de Traxioten lachen. Dit pad leidt naar het gehucht Veurs. Deze keer verliep de wandeling echter bij een stralende zon en helder blauwe hemel.

We stopten bij “Jetteke”. Wie hier 7 jaar geleden ook was kent zich niet meer terug. Het oude echtpaar dat toen de gasten koffie inschonk (waarbij niet één kop of glas hetzelfde was en het “toilet” een plank met gat boven de mestvaal vertegenwoordigde) heeft plaats gemaakt voor drastische veranderingen die hun zoon nam. Wat niet veranderde is het bijbehorend winkeltje waar de tijd wel 100 jaar stilstond. Veurs aan zich lijkt wel een openlucht museum.

 pag_02_20_02

Van Veurs verder via veldwegen naar Pietersvoeren.

Jaap was weer iets té enthousiast, legde z’n Trax op een zij en snakte vervolgens naar lucht. Gelukkig is hij een van de harde soort en kon na enkele minuten weer hartelijk lachen. Het is een prachtig gezicht als je over de heuveltop komt en de spitse torentjes van de kerk en het kasteel ziet opdoemen. In het dorp is een forelkwekerij die je vanaf de straatkant zichtbaar is. Ook is er een stroopmakerij. Vanaf hier moesten we, helaas, een stuk over de openbare weg.

Na een halve kilometer vervolgde onze weg zich echter weer via een veldweg. Dit pad is vergeven van dassen- en vossenholen waardoor de Trax angstvallig, maar zonder moeite, overhelde. Nadat onze weg onder een hoge spoorbrug verder ging kwamen we in Martensvoeren. Vanaf hier voerde de weg terug naar de startplaats. Op dit stuk bestaat de mogelijkheid om twee keer een extra lus met de Trax te maken. Deze lussen zijn echter nogal moeilijk begaanbaar en dus niet voor iedereen weggelegd. Hans Lalkens, helaas te vroeg overleden, betitelde deze paden ooit als “droge rivierbodems” en daarmee zei hij niets teveel. Bovendien waren er diverse rolstoelen die in de “rode lampjes” verkeerden voor wat betreft de stroomvoorziening. Eén Trax moest zelfs geduwd worden daar het restant stroom dat in de accu zat net voldoende was voor het zuurstofapparaat van de berijder. Aan de finish werden onmiddellijk de accu’s aan de lader geplugd waardoor ook dat probleem opgelost werd. Ook al kan niet iedere rolstoel deze paden bewandelen, de Trax kan dat wél en dat geeft een veilig gevoel bij de gebruiker.

Terug bij het vertrekpunt stond ons een etentje te wachten. Echt Limburgs “zoervleisch” en/of sate.

pag_02_20_03

Daarna werd het weer langzaam tijd om afscheid te nemen maar tegelijkertijd kunnen we ons weer verheugen op onze volgende ontdekkingstocht!! Dán zal, eind september, het Brabantse Schijndel kennis maken met Traxen en wij met Schijndel.

Wij danken iedereen die deze tocht mogelijk maakten met speciale dank aan Richard Verhees (de monteur van Permobil) en Permobil zelf natuurlijk die ons steeds technisch en financieel ondersteunt. Ook de fa. Valma stuurde voor iedere Traxioot een bandenreparatiesetje. Niet dat we het vaak nodig hebben maar het is o, zo handig als je onderweg last krijgt van een lekke band.

Tot onze volgende meeting

Organisatie: Hein Pelzer

Foto_PaginaFilm_paginaVerslagMenu_PageNaar boven